Home Veel gestelde vragen Ziekten en symptomen Worminfecties

Worminfecties

Inleiding:
We onderscheiden wormen van het spijsverteringskanaal, van de ademhalingswegen en van de bloedvaten. Sommige wormen kunnen tot een bepaalde infectiegraad in de ingewanden van de roofvogel zitten zonder ziekteverschijnselen te veroorzaken. Wanneer deze infectiegraad wordt overschreden of wanneer de roofvogel in slechte conditie is wordt de roofvogel ziek.

Platwormen:
Trematoden, platwormen of zuigwormen variëren in grootte van 3 tot 25 mm. Vele soorten hebben aan de voor- en achterzijde van het lichaam twee zuignappen. Platwormen hebben voor hun levenscyclus een tussengastheer nodig. Ze komen voor bij hoenderachtige, watervogels en duiven; in een enkel geval bij import papegaaiachtige.

 De ziekteverschijnselen zijn niet specifiek. De eetlust vermindert, de roofvogel is dorstig, heeft diarree en bloedarmoede. Wanneer de parasieten zich in de einddarm of cloaca bevinden kan dit tot legnood leiden. De diagnose wordt bevestigd door mestonderzoek (eieren in de mest).

Bij sectie worden platwormen, afhankelijk van de soort, in de dunne darm, blinde darmen, dikke darm, cloaca, bloedvaten, lever of andere organen gevonden.

Lintwormen:
Cestoden of lintwormen hechten zich met zuignappen of haakjes aan de darmwand en zijn moeilijk door de peristaltiek van de darm uit te drijven. Ze voeden zich door absorptie van het lichaamsoppervlak. Voor hun levenscyclus is zowel een tussengastheer (slakken, vliegen, kevers. mieren) als een gastheer (vogel) nodig.

Bron: http://www.eaglewatch.nl/informatie/Ziekteverwekkers_NL.html

 

Laatst aangepast (zaterdag, 17 juli 2010 13:46)