Home Veel gestelde vragen Ziekten en symptomen Parasitaire ziekten

Parasitaire ziekten

Parasieten zijn planten of dieren. Ze leven op of in en voeden zich met hun gastheer, in dit geval een vogel. Vaak leven parasieten in evenwicht met hun gastheer. Echter wanneer de parasieten zich te sterk vermeerderen wordt de vogel ziek. De gevoeligheid voor parasieten is groter bij vogels met een verminderde weerstand door bijvoorbeeld stress, ondervoeding, ziekte of ouderdom.

Kooi en volière kunnen met parasieten besmet worden door bijvoorbeeld mest van vrij levende vogels, muizen en ratten, nieuw aangekochte vogels, transportkistjes, voer en tussengastheren. Goede hygiëne is een belangrijke preventieve maatregel. Men onderscheidt twee groepen parasieten:

  1. Inwendige parasieten, zoals protozoa en wormen;

  2. Uitwendige parasieten, zoals mijten, vlooien en luizen.

Protozoaire infecties:
Protozoa zijn microscopisch kleine eencellige organismen. Ze komen in het spijsverteringskanaal of in het bloed van vogels voor.

Protozoa in het spijsverteringskanaal

Coccidiosis:
Twee soorten coccidiën worden regelmatig bij vogels aangetroffen:

  • Eimeria soorten, voornamelijk bij hoenderachtige, watervogels en duiven;

  • Isospora soorten bij zangvogels en roofvogels.

De eieren van coccidiën worden oöcysten genoemd. Van de rijpe oöcysten die door vogels worden opgenomen wordt de eiwand in de maag van de vogel afgebroken. De vrijgekomen cysten vermenigvuldigen zich in de darmwand, die daardoor beschadigd wordt en door andere micro-organismen geïnfecteerd kan worden. In het vogellichaam versmelten cysten tot oöcysten. Deze worden met de mest uitgescheiden en vormen na een halve dag tot 2 dagen rijping in een vochtig en warm milieu opnieuw een infectiegevaar voor de vogel. Oöcysten zijn bestand tegen vele milieufactoren.

Ziekteverschijnselen:
Geïnfecteerde vogels zitten ineengedoken en bol op zitstok of grond. Ze slapen veel, hebben weinig eetlust en vermageren. De mest is waterig en slijmerig, soms vermengd met bloed. De veren rond de anus bevuilen. De buik is soms gezwollen en door de buikhuid heen kan men de gezwollen darmen onderscheiden. Bij een acute aandoening sterft de vogel binnen enkele dagen, bij een chronische aandoening duurt het weken voordat de vogel in uitgeputte toestand bezwijkt.

Nestjongen worden door de mest van hun ouders besmet. Hun weerstand is gering en sterfte onder nestjongen is groot.

De diagnose wordt door microscopisch onderzoek van de mest bevestigd.

Voorkomen en genezen:
De meeste vogels hebben oöcysten in hun darm. Ze worden pas ziek als een bepaalde infectiegraad wordt overschreden.

Eimeria wordt bestreden met bijvoorbeeld Amprolium.
Isospora wordt bestreden met sulfaatpreparaten (bv. Esb3).

Voorkom besmetting door een goede huisvesting. Vermijd overbevolking, houd voer- en drinkbakken vrij van mest, voorkom natte plekken op de vloer, verwijder de mest regelmatig en houd de vogels in goede conditie.

Bron: http://www.eaglewatch.nl/informatie/Ziekteverwekkers_NL.html

Laatst aangepast (zaterdag, 17 juli 2010 13:45)